Wist je dat Nederland deels verantwoordelijk is voor het feit dat er in de Médoc (Bordeaux) zulke topwijnen kunnen worden gemaakt?

Tegenwoordig is de Médoc, net als veel andere gemeenten rond Bordeaux, helemaal volgeplant met allerlei soorten landbouw, waarbij wijnbouw de boventoon voert. Tot aan de 17e eeuw was het gebied echter vooral moerasgrond als gevolg van uitlopers van de rivieren daar.

De Fransen zagen in de 17e eeuw hoe wij in Nederland allerlei stukken moeras en meer droog wisten te leggen. Ze beseften al snel dat deze nieuwe ontwikkeling ook in Frankrijk enorme stukken extra landbouwgrond op kon leveren. De expertise van onze ingenieurs werd gevraagd en al snel vertrokken enkele slimme mannen richting de Bordeaux-streek om flinke stukken land droog te leggen. Uiteindelijke raakte ook Jan Adriaanszoon Leeghwater (zie foto), tevens bedenker van de plannen voor de drooglegging van de Haarlemmermeer, betrokken en mede dankzij zijn expertise werd het mogelijk om topwijnen te verbouwen in de Médoc.

Rond 1700 was het wijngaardareaal zo explosief toegenomen, dat sommige ambtenaren zelfs hun zorgen uitten over het feit dat er meer wijn verbouwd werd dan graan. Met het oog op de kwaliteit én kwantiteit van nu, blijkt het echter een goede keuze te zijn geweest om de focus vooral op de wijn te leggen.

Bij dit licht chauvinistische verhaal moet ook een nuchtere Hollandse noot worden geplaatst. Van door de Nederlanders drooggelegde wijngaarden kwam vooral eenvoudige witte wijn. De rode wijnen van topkwaliteit komen vooral van de hoger gelegen wijngaarden die al droog waren. Toch heeft onze inmenging de productie van de topwijnen wel gestimuleerd, dus we zijn er toch echt een beetje verantwoordelijk voor.

Leeghwater